Bijna niemand noemt zichzelf nog 'baas'. In ons polderlandschap doen we graag alsof we gelijkwaardig zijn aan onze ondergeschikten, vooral in hoogopgeleide kringen. Een baas noemt zichzelf daarom liever manager of leidinggevende, uit angst autoritair over te komen. Omgekeerd ligt dat anders, want ik ken genoeg onderknuppels die het nog gewoon over hun 'baas' hebben... mits hij of zij niet meeluistert, natuurlijk.
Ik snap dat taboe niet zo goed. In elke werksituatie is het belangrijk dat iemand de baas is. Het is mooi om naar consensus te streven, maar soms moet iemand in z'n eentje de knoop doorhakken. Meestal is dat degene die ook op de resultaten van z'n team wordt afgerekend. Laten we dat dan gewoon erkennen: de baas is de baas en kan dus ook maar beter zo genoemd worden.
Gelukkig is de journalistiek een a-typische bedrijfstak. Er werken alleen maar hoogopgeleiden, maar de eindredacteuren kunnen zichzelf onbekommerd de baas noemen. Niet zo lang geleden heb ik een discussie met een senior collega in mijn voordeel beslecht met de woorden: "Ik ben de baas, dus we doen het op mijn manier." Effectief en tot beider tevredenheid.
Misschien scheelt het dat op mijn werk de rollen vaak wisselen. De ene dag ben ik de baas en moet mijn collega gehoorzamen; de volgende dag is het precies andersom. Het gemak waarmee ik mezelf baas noem, onderstreept dus eigenlijk de principiële gelijkwaardigheid van mij en m'n collega's. |